skip to Main Content

’Buren’ Veldzorg en Oosterheem werken nauw samen in Oosterdelgebied

’Vrijwilligers zijn ons belangrijkste gereedschap’

Geert de Boer groeide op in Groningen als zoon van een agrariër, maar hij heeft zijn hart verpand aan het Oosterdelgebied waar hij al jaren actief is voor zorgtuinderij Oosterheem. Als adviseur groen bij de stichting Veldzorg heeft hij nu echter ook invloed op wat er gebeurt op veel andere eilandjes in het landschapsreservaat.

Ze zijn een visitekaartje voor het landschapsreservaat Oosterdel, de eilandjes waarop de cliënten van zorgtuinderij Oosterheem van de Raphaëlstichting hun twaalf akkers bewerken op biologisch-dynamische wijze, op basis van de visie van de Oostenrijkse denker Rudolf Steiner. De cliënten worden hierbij begeleid en aangestuurd door Geert de Boer en zijn collega Jack van Kleef.

,,Het zijn de eerste akkers die je ziet als je het gebied binnenvaart. Ze zien er altijd mooi uit en er zit een duidelijke visie achter’’, vindt Catharinus Jelsma. Hij is voorzitter van de stichting Veldzorg die het gebied met in totaal 251 eilandjes beheert in opdracht van eigenaar Staatsbosbeheer.

,,Veldzorg bestaat precies twintig jaar.’’ De stichting verhuurt eilandjes aan particulieren en aan zorgtuinderij Oosterheem en heeft daarnaast ook nog zo’n 125 akkers die met behulp van vrijwilligers worden onderhouden.

Dirk Jan Slot
Veldzorg en zorgtuinderij Oosterheem werkten in het verleden vooral naast elkaar, als goede buren. Maar sinds enkele maanden is Geert de Boer ook actief voor Veldzorg. Jelsma: ,,Dirk Jan Slot was het geweten in het gebied, hij bepaalde bij ons waar en wanneer er wat geteeld moest worden en wanneer en hoe de akkers moesten worden geploegd. Maar hij overleed begin dit jaar.’’

Hiermee verdween een hoop kennis en kunde uit de organisatie. ,,Ik was net voorzitter en zat met mijn handen in het haar’’, zegt Jelsma. Die besloot daarom het gesprek aan te gaan met het bestuur van de Raphaëlstichting met de vraag of De Boer niet ook voor Veldzorg aan de slag kon gaan. Dit resulteerde in het feit dat hij nu als zzp’er één dag per week wordt ingehuurd als ’adviseur groen’.

De Boer werkte als begeleider in Scorlewald en later in het twaalf appartementen tellende woonhuis Oosterheem van de Raphaëlstichting dat aan de rand van het Oostergebied staat. Zes jaar geleden ging hij aan de slag bij de zorgtuinderij. Daar wordt gewerkt zonder bestrijdingsmiddelen en kunstmest, wel met zelfgemaakte compost. Ook wordt bij het telen gekeken naar de stand van de maan. ,,En we beginnen onze dagopening waarin we met onze cliënten in een kring een vaste spreuk met zijn allen uitspreken. En aan het einde van de dag drinken we altijd koffie en thee met elkaar en vraag ik of de cliënten een leuke dag hebben gehad. De cliënten die wij begeleiden hebben structuur nodig.’’

Ervaring
Op de akkers van Veldzorg wordt weliswaar biologisch geteeld, maar niet biologisch-dynamisch. Wel heeft hij – net zoals bij zorgtuinderij Oosterheem – een zevenjarenplan gemaakt voor de akkers. ,,Mijn vader was boer, hij had in totaal 250 hectare, en ik heb jarenlang in de reguliere landbouw gewerkt en in Dronten heb ik de opleiding biologisch-dynamische tuinderij gevolgd. Al die ervaring neem ik mee. Het gebied is uniek en je moet wel de nodige kennis hebben om zulke akkertjes goed te kunnen bewerken.’’
Zorgtuinderij Oosterheem heeft langs de toeristische vaarroute van Museum BroekerVeiling zeven akkertjes in gebruik voor de teelt van groenten. Bij de planning gaat De Boer uit van het principe dat er op elke akker elk jaar andere groenten worden geteeld. ,,Twee jaar achter elkaar aardappelen planten op een akker is ten strengste verboden. Dan mergel je je akkers helemaal uit.’’ Ook krijgt elk jaar één van de akkers rust. Dit jaar kwamen er onder meer aardappelen, knoflook en uien van het land.
Verder heeft De Boer ervoor gezorgd dat er schapen op de eilandjes worden ingezet om de gevreesde berenklauw te verwijderen. En wordt het gemaaide riet bij de natuureilandjes gebruikt als mulch, een bodembedekking waaronder bijvoorbeeld knoflook of rabarber wordt geteeld. ,,Verreweg de meeste knoflook die in Nederland wordt verkocht, komt uit China. Maar dat is helemaal niet nodig. Onze Oosterdelknoflook is een prachtig product.’’
,,Maar eerst heb ik gekeken welke vrijwilligers er zijn en waar hun interesses liggen. Zij zijn ons belangrijkste gereedschap. Daarnaast hebben we gekeken hoe we het gebied willen inrichten.’’ Volgens De Boer klopte de nummering van de 251 eilanden niet, waardoor er soms onduidelijkheden waren over wat er precies voor werkzaamheden waar moesten gebeuren. Ook die nummering is aangepast. ,,En we moeten nog een betere oplossing vinden voor ongewenste dieren die onze oogst verpesten, zoals ganzen, fazanten, ratten en muizen.’’

Bijen
Op een kleine 25 akkers, die door Veldzorg zelf worden onderhouden, is met dank aan Bejo Zaden, bloemenzaad gezaaid. Jelsma: ,,Wat veel mensen niet weten is dat het Oosterdelgebied belangrijk is voor bijen omdat het heel centraal ligt.’’
De afgelopen jaren heeft Veldzorg dankzij het werk van de vorige vrijwilligerscoördinator veel nieuwe vrijwilligers mogen verwelkomen om op het land te werken of het gereedschap en de machines te onderhouden. Jelsma: ,,Laatst was ik hier op een dinsdagmorgen en toen waren er vijftien vrijwilligers actief. En we werkten altijd met groepen op dinsdag, vrijdag en zaterdag, maar nu Geert erbij is, is er ook een groep vrijwilligers op woensdag actief. We kunnen nu ook meer doen.’’
Daarnaast wordt er door de komst van De Boer veel nauwer samengewerkt tussen Veldzorg en de zorgtuinderij. Zo hebben de cliënten van Oosterheem geholpen bij het oogsten van de aardappelen. ,,En we kunnen ook gereedschap met elkaar delen’’, zegt Jelsma.

Zorgtuinderij Oosterheem is ooit begonnen met zes akkers. Op het hoogtepunt had ze veertien akkers in gebruik. ,,We zijn aan het krimpen. Ik begeleid nu nog zeven cliënten’’, aldus De Boer. Hij zou graag zien dat het aantal cliënten dat als tuinder aan de slag wil gaan weer toeneemt.

Momenteel is het wachten op een rapport over de toekomst van het Oosterdelgebied. Dit rapport moet duidelijk maken wat er precies moet gebeuren om de afkalving van de eilandjes tegen te gaan en de waterkwaliteit verder te verbeteren.
De gemeente Dijk en Waard heeft hier alvast 2,1 miljoen euro voor gereserveerd. Jelsma verwacht dat Veldzorg in de toekomst vooral structureel meer geld nodig heeft om het gebied te kunnen onderhouden.
,,We hebben nu veel vrijwilligers, maar als dat afneemt, zullen we steeds meer werk moeten uitbesteden en dan is 100.000 euro zo op.’’

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top