skip to Main Content

Niet rode Amerikaanse rivierkreeft maar woelrat is de grote boosdoener

NHD-26-11-20-Arie Bergwerff–.Opmerkelijk nieuws uit het Oosterdelgebied. De rode Amerikaanse rivierkreeft, lange tijd in de verdachtenbank, blijkt niet de sloper van het kwetsbare landschapsreservaat. Tijdens een expertmeeting kwam op tafel dat in het gebied niet de rode maar de geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft rondscharrelt. „En de geknobbelde staat niet bekend als een echte graver. De meeste schade aan de afkalvende oevers komt toch door woelratten”, zegt voorzitter Gerrit Arkesteijn van de Stichting Veldzorg.

Ondertussen is duidelijk dat ook de rode Amerikaanse rivierkreeft in het gebied is gearriveerd. „Die is heel dominant”, zegt Arkesteijn. „Het is een kwestie van tijd en dan is ook hij hier aan het graven.” Waar de kreeft een invasieve exoot is, is de woelrat een bekende in het gebied. De kleine knager profiteert van het feit dat zich in het Oosterdelgebied nog maar weinig roofvogels laten zien. „Die zitten de ratten dus niet in de weg. Het zijn de woelratten die de holen graven, die vervolgens door kreeften ’gekraakt’ worden.”

(Tekst gaat door onder de foto)

De geknobbelde Amerikaanse rivierkreeft: ’Niet zo’n echte graver’.

De eilandjes in het unieke natuurgebied worden serieus bedreigd. Arkesteijn en de Langedijker wethouder Ad Jongenelen ’haalden’ zelfs het Journaal over de gravende exoot. „De kreeft heeft veel publiciteit gehad. We moeten nu doorpakken om het gebied te redden. Het probleem moet breder worden getrokken, anders komt de rekening straks bij de gemeente te liggen.”

Lange adem

Arkesteijn vreest dat het een kwestie van lange adem gaat worden. „Het is nu de kunst voor de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten, red.) om een groep samen te stellen die al die schotten op het ministerie van LNV weghaalt, zodat we samen kunnen bekijken hoe dit probleem kan worden opgepakt.”

(Tekst gaat door onder de foto)

De afkalving van de eilandjes in het Oosterdelgebied is een grote zorg voor beheerder Veldzorg.© Foto’s Veldzorg

Voorlichter Cock de Vries: „Het is niet meer het probleem van het Oosterdelgebied, half Nederland heeft te maken met de rivierkreeft. In Amsterdam en in Leiden zijn al kades ingestort.’’

Landschap

Beheerder Peter Wouda verzucht: „Het is eigenlijk van de gekke dat Staatsbosbeheer het onderhoud van dit gebied aan vrijwilligers overlaat. Dit is een uniek gebied, dat niet verloren mag gaan. We zijn toch een beetje het buitenmuseum van het Museum Broekerveiling.” Arkesteijn valt hem bij: „Dit probleem is eigenlijk te groot om bij vrijwilligers neer te leggen. Wij kunnen veel maar we zijn beperkt in onze mogelijkheden. Het Oosterdelgebied is 82 hectare groot. Voor Staatsbosbeheer is dit maar een klein postzegeltje. Het is jammer dat zo’n uniek gebied zo verwaarloosd wordt. ” De twee denken dat het gebied veiliger is onder de vleugels van de Stichting Landschap Noord-Holland.

(Tekst gaat door onder de foto)

’Het is jammer dat zo’n uniek gebied zo verwaarloosd wordt.’

Wouda vindt het Oosterdelgebied ’beter passen’ bij de stichting. „We maken nu al gratis gebruik van hun materiaal. Van Staatsbosbeheer komt er een keer per jaar iemand kijken. Als je er om een ecoloog vraagt, moet je lang wachten. Bij Landschap Noord-Holland krijg je meteen antwoord.”

Vrijwilligers

Niet alleen geld is het probleem, Veldzorg is ook naarstig op zoek naar extra vrijwilligers. Iedere derde zaterdag van de maand is er een groep die in het gebied de handen uit de mouwen steekt. „We hebben een chronisch gebrek aan vrijwilligers die ons doordeweeks kunnen helpen”, aldus Wouda. Het idee was dat het re-integratiebedrijf Argos voor een man of tien zou zorgen. „In de praktijk blijken dat gemiddeld twee man. Die hebben hier een werkervaringsplek. De een vindt het leuk, de ander vindt het niks. We raken ze net zo makkelijk ook weer kwijt”, zegt hij. Arkesteijn vult aan: „Dat is goed voor de maatschappij en goed voor die mensen. Dat betekent dat ze hun plek weer gevonden hebben. Voor de continuïteit van het werk is het soms lastig.”

Hij vindt het ’een prachtige plek om te werken’: ,,Je moet gezond zijn en van de buitenlucht houden en je moet het niet erg vinden om af en toe in de bagger te staan.” Wouda: „Het zou mooi zijn als we er door de week per dag twee mensen bij zouden kunnen krijgen. Tien mensen kunnen we er zonder meer bij hebben. Twee man per dag is nodig, omdat alles met de boot gaat. Ook de tractoren worden op die manier vervoerd. Dan is het handig om samen te werken.”

Eierdompelaars

Er lopen al allerlei vrijwilligers rond. Een tiental vormt de technische dienst, anderen zijn excursieleider en weer een andere groep is in de natuur aan het werk. Zo zijn er in het voorjaar eierdompelaars actief, om te voorkomen dat het gebied nog meer overlast van ganzen krijgt.

(Tekst gaat door onder de foto)

Molen D aan de Oosterdijk. Op de achtergrond Heerhugowaard.

De gemiddelde leeftijd is nu ongeveer 60 jaar. „Wij hebben de apparatuur, de eilandjes hoeven echt niet met de hand omgespit te worden. Maar je moet wel de handen uit de mouwen steken”, zegt De Vries. Arkesteijn: „We komen aan sommige klussen niet toe en er blijven dingen liggen. We kunnen de eilandjes maaien, maar aan het opruimen van de maaisels komen we niet toe. Het onderhoud aan de kanten vraagt ook om extra capaciteit.’’

Adoptie

De stichting gaat per 1 januari 2021 het adoptiebeleid aanpassen. Wie tot voor kort bij wilde dragen, koos een eilandje ter adoptie uit. Wie nu wil bijdragen wil, adopteert als het ware het hele gebied.

In ruil daarvoor krijgen adoptanten een vaarpas voor het gebied. Door de jaren heen is het beleid opgerekt naar twee vaarpassen op naam. Arkesteijn: ,,Er zijn veel mensen die Veldzorg een warm hart toedragen. Daar zijn we blij mee maar het geeft ook veel vaarbewegingen in het gebied en daar is discussie over. Het beleid is nu aangepast: straks is er voor de adoptant nog maar een vaarpas beschikbaar. Uit de reacties blijkt dat de meeste mensen dit prima vinden. We hebben 100 tot 125 adoptanten, daarvan zijn er twee afgehaakt.’’

Zodiacjes

De nieuwe pas is op naam en niet bedoeld voor minderjarigen onder de 18 jaar’’ , vertelt De Vries. ,,Die Zodiacjes kunnen we in dit gebied missen als kiespijn.’’

(Tekst gaat door onder de foto)

Ongeveer 100 van de 250 nog resterende eilandjes zijn echt nog in gebruik.

Wouda: ,,Wie een eilandje huurt, krijgt natuurlijk ook een vaarpas. Er zijn 80 huurders, ongeveer 100 eilandjes zijn in gebruik. De andere 150 eilandjes worden onderhouden door Veldzorg.’’

InHolland

Studenten van InHolland kijken momenteel rond in het gebied, in een poging om een antwoord te vinden op de afkalving van de eilandjes. „Ze zijn heel enthousiast, er worden veel experts bijgehaald”, zegt Arkesteijn. Uit de hoek van de experts kwamen diverse voorstellen. Een kunststofmat, ook in gebruik bij de dijkenbouw, die beschermt tegen het graven maar natuurlijk niet milieuvriendelijk is. Een filamat van beton en glasvezel die een soort damwand zou kunnen vormen. ,,Dat willen wij niet.’’ Verder wordt er gewerkt aan matten van wilgentenen om de oevers te beschermen. Riettransplantatie wordt ook genoemd.

De opties worden nu nader uitgewerkt. Veldzorg wil intern met aannemers aan de slag. „We proberen vier varianten”, zegt De Vries. „Dat moet uitwijzen wat het beste is en wat het beste past in deze omgeving.”

Er wordt ook geëxperimenteerd met een zogenoemd ’plas dras-gebied’, in een poging de weidevogels weer in het gebied terug te krijgen: in vijf eilandjes staat nu een laagje water, in de hoop dat de grutto terugkeert. Op een ander eilandje wordt alles in gereedheid gebracht om er straks met behulp van een kraan een zogenoemde Amerikaanse weidemolen neer te zetten.

Muskusrat

Het kwetsbare gebied is al met al bepaald nog niet uit de problemen. „Het gaat gewoon lang duren”, zegt Arkesteijn. „Als je ziet wat er door de jaren heen aan geld is uitgetrokken voor de bestrijding van de muskusrat. Dat duurde lang. Tegen de tijd dat de rivierkreeft is aangepakt, ben ik zeker geen voorzitter meer.’’

Hij hoopt op een door Langedijk opgezette stuurgroep met Staatsbosbeheer, de provincie en het waterschap. ,,De wethouders van Heerhugowaard en Langedijk roepen om het hardst dat dit gebied het hart vormt van de nieuwe gemeente. Het kan Dijk en Waard op de kaart zetten, zeggen ze. Als je dit gebied wilt behouden, moet je als nieuwe gemeente ook zorgen voor genoeg geld. Van Staatsbosbeheer komt dit niet. De wil om mee te denken is er bij de gemeente, merken we. Maar ik hoor al weer een tijdje niks van Jongenelen. We hebben extra gelden nodig, want de nood blijft hoog.’’

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top