skip to Main Content

Het Oosterdelgebied is het laatste stukje onverkaveld gebied van het Geestmerambacht. Cultuurhistorisch is dit het meest oorspronkelijke gebied. De akkertjes zijn uniek en in deze vorm vrijwel niet meer aanwezig in andere delen van Nederland.

In de achtste en negende eeuw na Christus was dit nog een moerasachtig gebied. Mensen konden alleen wonen op de geestgronden van Schoorl en Vrone (het huidige Sint Pancras). Door overbevolking op deze geestgronden begon men de moerasgebieden te ontwikkelen.
Zo werd vanuit de Geestgronden van Bergen en Schoorl het met bos begroeide veengebied ten oosten van de Rekere, het Scorlewald, in cultuur gebracht.
Daarna is men verder gaan ontginnen Steeds afsluitend met een waterafvoerkanaal of sloot.
Wintersloot, Zomersloot en Burgsloot.
Bij de Burgsloot,(nu Voorburggracht) werd een fase afgesloten met een veendijk.

De ontveners, bewoners van Schoorl en Bergen, zijn dan zo ver van huis dat ze nieuwe nederzettingen stichten, onder andere Noord Scorlewalth (later St.Janskerspel nu Noord Scharwoude) Zuid Scorlewalth (later St.Pieterskerspel nu Zuid Scharwoude) en Aldenkercka (nu Oudkarspel.)
Vanaf de strandwal van Vroone ging men ook ontvenen. Deze twee bereikten elkaar tussen het huidige Sint Pancras en Broek op Langedijk.
De bewoners van de geestgronden van Vrone noemden zich “de geestmannen”. Daarom kreeg dit gebied de naam Geestmannerambacht, nu Geestmerambacht

In ongeveer vier eeuwen werd het veenpakket van gemiddeld vier meter ontgonnen. Wat men overhield was een vochtig gebied van eilanden en sloten. Akkerbouw en veeteelt waren de belangrijkste middelen van bestaan.

Door stijging van grondwater, regen en door inklinking van de grond, komt het land regelmatig onder water te staan.
Het gebied is dan vrijwel alleen te gebruiken als veeteeltgebied.

Mede door het uitbreken van de veepest, de vraag naar bewaargroenten voor de zeevaart, de groei van Amsterdam en de verbeterd transport ging men experimenteren met andere producten zoals uien, kool en wortelen.

Om vruchtbare grond hiervoor te krijgen ging men tussensloten graven. De bagger hieruit ging op de eilanden en zo ontstond een mozaïek aan eilandjes en sloten. Het Rijk der Duizend eilanden was geboren.

Door de slechter wordende economie in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw, werd het voor de tuinders steeds moeilijker het hoofd boven water te houden. Om meer productie te krijgen werden kunstmesten gebruikt. Ook hebben de dorpen nog geen riolering, alles wordt geloosd op het water. Hierdoor gingen waterplanten en algen explosief groeien. (het water stikte) Het water wordt dan ook van een steeds slechtere kwaliteit.
Veel tijd ging er ook verloren door het vervoer naar de akkers over water.

In 1964 besluit men om het gebied te gaan verkavelen. Dit houdt kortweg in dat de sloten worden gedempt en wegen worden aangelegd.

Alleen het Oosterdelgebied werd niet verkaveld. Dit laatste stukje van het Rijk der Duizend Eilanden werd verkocht aan  Staatsbosbeheer. Sinds 2005 is het beheer van dit gebied in handen gegeven van de stichting Veldzorg Oosterdel.

 

Wilt u nog meer weten over het ontstaan van het Oosterdelgebied klik dan hier.

 

 

 

Back To Top